Logo leiderdorpsweekblad.nl
<p>Tekening van Wilhelmus Cornelis Chimaer van Oudendorp uit begin 1800. Rechtsonderaan is een trekschuit te zien die via het jaagpad voortgetrokken wordt..&nbsp;</p>

Tekening van Wilhelmus Cornelis Chimaer van Oudendorp uit begin 1800. Rechtsonderaan is een trekschuit te zien die via het jaagpad voortgetrokken wordt.. 

(Foto: Bron: Erfgoed Leiden e.o. )
Historie Vlakbij Huis

Dorp aan het jaagpad

Ter gelegenheid van de viering van het 1200-jarig bestaan van Leiderdorp in 1979 verscheen het boek ‘1200 jaar wonen. Leiderdorp aan jaagpad en snelweg’. De titel verwijst naar de centrale rol die de Oude Rijn en later de rijksweg A4 vervulden in de geschiedenis van Leiderdorp en de duidelijke lijnen die rivier en A4 door het dorp trokken.  In deze aflevering van Historie Vlakbij Huis richt Peter Diebels zich op het jaagpad, dat eeuwenlang cruciaal was voor het openbaar vervoer in Zuid-Holland.

De snelweg is sinds een jaar of acht grotendeels onder de grond verdwenen, maar het jaagpad ligt nog steeds bovengronds en loopt vanaf de achterzijde van de Hollandsche Tuyn tot aan de grens met Koudekerk aan den Rijn en zelfs verder. Is het jaagpad nu vooral in gebruik als wandel- en fietspad, ooit diende het als pad voor paard en mens bij het voorttrekken – jagen - van boten en schuiten door de Oude Rijn. 


Trekvaarten

Al in de middeleeuwen bestonden er jaagpaden in Europa, maar de aanleg ervan kwam in een stroomversnelling met de komst van de trekschuit. Deze boot was begin 17e eeuw ontworpen als nieuw middel van personenvervoer tussen de grote steden in Holland en Utrecht en leidde tot de aanleg van speciale trekvaarten, waarvan die tussen Haarlem en Amsterdam in 1632 de eerste was. Die verbinding bleek een doorslaand commercieel succes en leidde ertoe dat steden in de daaropvolgende drie decennia nieuwe vaarten lieten graven of bestaande rivieren geschikt maakten. 

Vanuit Leiden liepen zelfs drie trekvaarten. In 1637 werd de Vliet tussen Leiden en Delft voor de trekschuit ingericht, tussen 1657 en 1658 werd de Leidse vaart of Haarlemmertrekvaart tussen Leiden en Haarlem gegraven en in 1664 werd de Oude Rijn tussen Leiden en Utrecht aangepakt.


Bruggetjes

Zoals in de vorig jaar verschenen Atlas van de trekvaarten in Zuid-Holland is te lezen was de trekschuit tot de komst van de eerste trein in 1839 het voornaamste openbare vervoermiddel in wat nu Zuid-Holland is. Dagelijks vervoerden trekschuiten volgens een vaste dienstregeling en vaste tarieven duizenden passagiers tussen de Hollandse steden. Op het traject langs de Oude Rijn investeerden de stadsbesturen van Leiden en Utrecht in de aanleg van jaagpaden, bruggetjes, tolpoorten en wachthuisjes. De tussenliggende ambachten (dorpen) hoefden zelf niet bij te dragen, maar hun bestuurders werden wel ingeschakeld om de aanleg mogelijk te maken. 

Dagelijks vervoerden trekschuiten duizenden passagiers tussen de Hollandse steden

Zo nam de schout van Leiderdorp het op zich om de meer dan honderd burgers die de gronden langs de Oude Rijn bezaten uit te laten kopen of te betalen voor het gebruik van hun grond. 

Dat veel eigenaren hier een goed slaatje uit wisten te slaan, komt naar voren uit de archiefstukken die hierover bewaard zijn gebleven. Veel eigenaren van de grond gebruikten de daar liggende sloten om hun vee en gewas per bootje naar de Oude Rijn te varen en lieten op kosten van beide steden bruggetjes bouwen. 

Een mooi voorbeeld is te zien op een ontwerp van 22 december 1663 voor een brug voor Joost Jansen de Rijck en ene Hellinck (zie foto hieronder). De brug lag ‘onder Agthoven’ en werd voor 140 gulden gebouwd door Arent Hendrikszoon van Veen. De brug is getekend door Willem van der Helm, die ook een ontwerp voor de Doesbrug maakte, waarlangs het jaagpad ook liep.

Uiteindelijk kwam het werk gereed en kon de passagiersdienst tussen Leiden en Utrecht beginnen. Vanaf het Utrechtse Veer bij de Hogewoerdsepoort in Leiden vertrokken de schuiten langs het nog steeds bestaande Utrechts Jaagpad naar Leiderdorp om via de Leiderdorpse brug over te steken naar de ‘lage zijde’ van de Oude Rijn. Op een tekening van Wilhelmus Cornelis Chimaer van Oudendorp uit begin 1800 is de trekschuit in Leiderdorp te zien, voortgetrokken door het paard.

Ook op tientallen andere prenten uit de 17e tot de 19e eeuw zijn trekschuiten op de Oude Rijn bij Leiderdorp te zien, want de trekschuitendienst tussen Utrecht en Leiden hield pas in 1884 op te bestaan, nadat de trein vanaf 1878 beide steden verbond. Het jaagpad bleef nog wel langer in gebruik voor vrachtvervoer over het water tot het uiteindelijk vanaf de jaren ‘50 vooral een recreatieve functie ging vervullen.

Meer berichten