
Grond Ruigekade moet weer weg
AlgemeenDe aangevoerde grond op de agrarische percelen achter Ruigekade 3 moet worden verwijderd. Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten dat voor de ophoging geen vergunning meer bestaat en dat die op basis van de huidige regels ook niet kan worden verleend. De initiatiefnemer moet daarom het terrein uiteindelijk in de oude staat terugbrengen.
De kwestie speelt al enige tijd. Nadat op de percelen ophoogwerkzaamheden waren uitgevoerd, vroeg een omwonende de gemeente om handhavend op te treden. Aanvankelijk wees de gemeente dat verzoek af. Op basis van de toen beschikbare inzichten en adviezen van Omgevingsdienst West Holland ging de gemeente ervan uit dat geen omgevingsvergunning nodig was.
Bezwaar van omwonende
Na bezwaar van de omwonende kwam de gemeente tot een andere conclusie. Voor de werkzaamheden bleek toch een omgevingsvergunning nodig. Die vergunning werd vervolgens verleend. Een voorzieningenrechter schorste zowel de vergunning als het besluit over het handhavingsverzoek.
Na een nieuwe beoordeling besloot het college de omgevingsvergunning alsnog te weigeren. De vergunninghouder maakte daar bezwaar tegen. Vanwege de samenhang tussen de verschillende bezwaren werden deze behandeld door de Regionale commissie bezwaarschriften.
De commissie adviseerde het college om de weigering van de vergunning in stand te laten en opnieuw een besluit te nemen over het verzoek om handhaving. Het college nam dat advies op 2 september over.
Alle grond moet worden verwijderd
Dat betekent volgens de gemeente dat alle aangevoerde grond van het perceel moet worden verwijderd. Tegen de besluiten kan tot en met 15 oktober beroep worden ingesteld. Als geen van de partijen dat doet, worden de besluiten op 16 oktober onherroepelijk. Daarna begint de gemeente met het handhavingstraject.
De initiatiefnemer krijgt vanwege de omvang en complexiteit van de werkzaamheden een redelijke termijn om het terrein in oude staat terug te brengen.














