De Pothuis-Hoeve in 2012. | Foto: Vincent van Zeijst
De Pothuis-Hoeve in 2012. | Foto: Vincent van Zeijst

De Pothuis-Hoeve; Van oud naar behoud

Algemeen

Zaterdag 13 september is het Open Monumentendag, met dit jaar als thema Erfgoed en architectuur; gebouw(d) om te blijven. Tussen 12.00 en 17.00 uur kunt u naar zes locaties met een evenemententreintje, fietsend of lopend. In de Hoofdstraat zijn in het “Koningshuis” vertellingen over architect Hendrik Jesse. De Dorpskerk biedt exposities over architect Piet Van der Sterre en de 75-jarige fotoclub Daguerre. De Gemeenteschool wordt binnenkort in stijl verbouwd. Verderop neemt u een kijkje in de gang en het trappenhuis van Huize Helena. In de kerk van de Gereformeerde Gemeente zijn vertellingen over Bijbelse architectuur en beklimt u wellicht het torentje. In Gebouw Irene hoort u meer over de voormalige kleiwarenindustrie langs de Oude Rijn. Vanuit het Kijk- en Afhaalpunt, met Van Gessel’s schaalmodellen van kasteel Huis ter Does en 25 winkeltjes, loopt u met vertellers door het Doeskwartier. Aan de Ruigekade luistert u naar vertellingen over kasteel Huis Ter Does en bekijkt u de renovatie van de Pothuis-Hoeve. Meedoen is gratis. Meer informatie op https://www.leiderdorpsmuseum.nl/o-m-d/ en in het programmaboekje, verkrijgbaar bij boekhandel De Kler, de bibliotheek, en op de Jaarmarkt van 6 september.

Huis ter Does

Een voor Leiderdorp historisch belangrijke plek bevindt aan het begin van de Ruigekade, die tussen 1000 en 1300 is aangelegd ter ontginning van het veengebied. Hier liet de familie Van der Does een kasteel bouwen, dat in 1740 werd afgebroken. In de jaren ’50 zijn fundamenten van Huis ter Does opgegraven en nu nog is de omtrek van de slotgracht te zien in het weiland voor boerderij Doeshof.

Pothuis-Hoeve

Naast het begin van het fietspad ligt de Pothuis-Hoeve, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 16e eeuw, toen het complex ‘de cleyne Does’ heette. In de 19e eeuw staat de boerderij als ‘Steene Pothuis’ vermeld. Een pothuis is een lage, vaak half verdiepte uit- of aanbouw, bedoeld voor het opbergen van potten en pannen. In 1806 koopt Dirk Schenkeveld deze ‘Welgelegen huismanswoning, hooiberg, schuur en verder getimmerte… met wei- en hooilanden’. Zijn weduwe Jacoba Verheul verkoopt de hoeve in 1860 aan Hendrik van Dommelen, wiens zoon Gerrit er met zijn vrouw Jannetje den Hollander intrekken en daarna diverse verbouwingen aan de boerderij en de wagenschuur laten uitvoeren. Als Gerrit in 1898 sterft blijven zijn weduwe Geertruida en haar kinderen op de Pothuis- Hoeve aan de Ruigekade 2 wonen, tot 1906 als Geertruida verhuist naar het door aannemer A.G. van Osnabrugge op de familiegrond gebouwde huis aan de Ruigekade 1. Daarom werd de Ruigekade in 

die tijd ook het Dommelse Laantje genoemd. Willem, Hendrik en Cornelis van Dommelen zetten het bedrijf voort tot de gedwongen verkoop in 1932 aan de Maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen ‘Het middenstandshuis’. Die verpachten de Pothuis-Hoeve aan Frans de Graaf.

Als de Rotterdamse tabakshandelaar Hermanus van Beek in 1940 de nieuwe eigenaar wordt, geeft hij metselaar Adriaan van Osnabrugge de opdracht de huidige naamplaat van de Pothuis-Hoeve te vervaardigen. In 1948 laat hij diens vader Hendrik Dirk van Osnabrugge een nieuwe veestal bouwen. Deze zorg voor de hoeve ontbrak bij de nieuwe eigenaar, Willem Hendrik van Oordt, directeur van de gelijknamige dakpannen- en kleiwarenfabriek, die het vooral om de kleiwinning uit de polder ging. Al die jaren pachtte de familie De Graaf de gronden en gebouwen tot ze in 1988 zelf eigenaar van de Pothuis-Hoeve werd.

Behoud

Toen de familie het boerenbedrijf beëindigde kwam het te koop te staan, kort nadat het in 2021 als gemeentelijk monument was aangewezen. Van de oorspronkelijke 8 gebouwen zijn er 5 van monumentale waarde en heeft het gehele complex diverse waardevolle landschapsstructuren, in de vorm van sloten, houtwallen en een boomgaard. Sinds kort realiseren de nieuwe eigenaren hier woningen en enkele gezamenlijke ruimten, met behoud van het omringende landschap. Ook leggen zij een moestuin aan, met een voedseltuin als optie.

In de boerderij uit 1869 bevindt zich de eerste woning met aan de westzijde een historische karnmolen en boenhok. De achthoekige karnmolen diende om boter te produceren. Een paard of hond draaide het rad in de molen rond een spin, die de stamper in de karnton in beweging bracht.

Daarnaast ligt een boenstoep, waar melkgerei werd gereinigd met slootwater en in de 19e eeuw een dak boven is gebouwd. Dit monumentale boenhok met prachtig gerestaureerd lessenaarsdak is bewaard gebleven.

De tweede woning bestaat uit de rechthoekige koeienstal annex wagenschuur en het haaks hierop staande bijgebouw. Op de foto is mooi te zien hoe de koeienstal er vlak voor de verbouwing uitzag. Het bijgebouw diende ooit als stal voor stieren, paarden en varkens en grenst aan de kromming van de Kleine Does met ’t Eilandje met houtwal en geriefbos.

De derde woning krijgt de vorm van een schuur en komt te staan op de fundering van de oude veldschuur.

Uit de krant