
Aanpak overlast rode Amerikaanse rivierkreeft: Wie is verantwoordelijk?
AlgemeenSteeds vaker lees je in de media over de negatieve effecten van rode Amerikaanse rivierkreeften op biodiversiteit en waterkwaliteit. Deze zoetwaterkreeften horen niet thuis in Nederland, maar zijn de afgelopen jaren aan een ware opmars bezig. Ze vermenigvuldigen zich razendsnel, vreten hele sloten kaal en woelen de bodem om, waardoor het water troebel wordt. Bovendien graven ze gangen waardoor oevers instabiel kunnen worden en dijken kunnen beschadigen. Hoe staat het met de bestrijding van deze ongewenste nieuwkomer? Wie is eigenlijk verantwoordelijk voor de strijd tegen de kreeften, en hoe zou je dat aan moeten pakken? In een serie van drie artikelen proberen we deze vragen te beantwoorden. In deze tweede aflevering kijken we bij wie de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van plaagdieren ligt en welke obstakels een effectieve aanpak in de weg staan. (Klik hier voor aflevering 1)
De rode Amerikaanse rivierkreeft rukt in hoog tempo op. Deze uitheemse zoetwaterkreeft vermenigvuldigt zich razendsnel en verspreidt zich door plassen en sloten, vooral in het veenweidegebied van West-Nederland. Dat is slecht nieuws: door zijn vraatzucht en graafgedrag raakt het ecosysteem ontregeld, verslechtert de waterkwaliteit en kunnen oevers instabiel worden. Toch blijft een grootschalige bestrijding van het plaagdier vooralsnog uit. Waarom eigenlijk?
Een van de redenen is dat het behoorlijk wat jaren geduurd heeft voordat het probleem breed onderkend werd. Na de eerste waarnemingen in 1985 groeide de populatie aanvankelijk langzaam en vrij ongemerkt. Begin deze eeuw werden er steeds vaker rode Amerikaanse rivierkreeften gespot maar pas na 2015 viel op dat het aantal kreeften vooral in het veenweidegebied van west-Nederland wel heel rap toenam. In de jaren daarna werd steeds duidelijker hoeveel schade deze invasieve exoot aanricht en dat actie nodig is.
In 2021 is het ‘Bestuurlijk Overleg Programma beheersingsaanpak uitheemse rivierkreeft’ opgezet, waarin de toenmalige ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) en Infrastructuur en Waterstaat (I&W), de waterschappen, de provincies, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), en belangenverenigingen van boeren en tuinders, bos- en natuureigenaren en (sport)vissers vertegenwoordigd waren. Dit overleg resulteerde in mei 2023 in een plan van aanpak, gebaseerd op vier pijlers: (1) verdere verspreiding tegengaan, (2) rivierkreeften wegvangen, (3) waterecosystemen versterken zodat de natuur zelf de aantallen kan reguleren, en (4) meer onderzoek doen.
Getouwtrek
Toch is er nu, twee jaar later, nog altijd geen sprake van een effectieve landelijke aanpak van het probleem. Doorpakken bij de bestrijding lukt maar niet, vooral door getouwtrek over wie de regie moet nemen en, heel belangrijk, wie de rekening moet betalen. Want dat het duur wordt, staat als een paal boven water. Begin 2024 becijferde het toenmalige ministerie van LNV
dat alleen al het wegvangen van de kreeften in Nederland jaarlijks tientallen miljoenen euro’s zou kosten.
Waterschappen, provincies en gemeenten wijzen naar het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) als eerstverantwoordelijke voor de bestrijding van de rode Amerikaanse rivierkreeft. Maar het ministerie ziet het als een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij ook het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de decentrale overheden hun rol moeten pakken en hun financiële bijdrage moeten leveren.
Juridisch onderzoek
Op verzoek van de waterschappen in West-Nederland onderzochten wetenschappers van de Universiteit Utrecht bij wie volgens de bestaande (Europese) wet- en regelgeving de taak ligt om de kreeftenplaag onder controle te krijgen. Eind februari werden de ondubbelzinnige resultaten van dit juridische onderzoek gepresenteerd: het ministerie van LVVN draagt als enige de eindverantwoordelijkheid.
De reden? De rode Amerikaanse rivierkreeft staat sinds 2016 op de Europese lijst van ‘problematische invasieve exoten’. Dat is een lijst van uitheemse dieren en planten die door toedoen van de mens in Europa terecht zijn gekomen en die een gevaar vormen voor de biodiversiteit en ecosystemen. Deze soorten mogen niet worden verhandeld, gekweekt, vervoerd of geïmporteerd. EU-landen zijn bovendien verplicht om populaties op te sporen, te vernietigen of, als dat niet lukt, te beheersen. En die taak ligt wettelijk klip en klaar bij het ministerie van LVVN.
Visserijbelangen
Het ministerie mag de uitvoering van de bestrijding uitbesteden aan de provincies maar heeft in het geval van de uitheemse rivierkreeften bewust geen gebruik gemaakt van die mogelijkheid. Dat heeft alles te maken met de belangen van de beroepsvisserij. Van oudsher beschouwde het ministerie commerciële bevissing van de rivierkreeften als een effectieve beheersmaatregel. De exoten zijn daarom onder de Visserijwet gebracht. Dat betekent dat alleen beroepsvissers ze grootschalig met vistuig als kreeftenkorven en -fuiken mogen vangen en vrijgesteld zijn van het verbod op handel en vervoer.
Het zure daaraan is dat in de praktijk in Nederland momenteel amper commercieel gevist wordt op de rivierkreeften. En dat is ook wel begrijpelijk; het is arbeidsintensief, maar een klein deel van de vangst is geschikt voor de handel en de afzetmarkt is beperkt. Als beheersmaatregel is dit dus verre van effectief gebleken.
Waterschappen en provincies zouden graag zelf in actie komen om de rivierkreeften weg te vangen maar dat mag niet, juist omdat de dieren onder de Visserijwet vallen. Waterbeheerders kunnen weliswaar een ontheffing krijgen maar dat werkt alleen op kleine schaal in afgebakende gebieden.
![]()
Vissen op rivierkreeften voor onderzoeksdoeleinden in Cronesteyn in augustus 2023. | Foto: Yannick Janssen, ATKB
Nieuwe regels
De huidige situatie is dus complex: we zitten met de omstandigheid dat beroepsvissers wel op rivierkreeften mogen vissen maar dat bij lang na niet genoeg doen om een oplossing te bieden, terwijl waterschappen en provincies die zelf de exoten willen wegvangen, dat niet mogen.
Er is wel hoop dat deze patstelling doorbroken wordt. In oktober 2023 nam een ruime meerderheid van de Tweede Kamer een motie aan van VVD’er Thom van Campen waarin werd gevraagd om het vissen op uitheemse rivierkreeften ook voor anderen dan beroepsvissers toe te staan. Als gevolg van die motie heeft het ministerie van LVVN zich bereid verklaard te werken aan een wetswijziging, die het mogelijk moet maken dat ook waterschappen en provincies uitheemse rivierkreeften grootschalig mogen wegvangen. Het was de verwachting dat het wetsvoorstel dit jaar nog ingediend zou worden. Of dat na de val van het kabinet nog gaat lukken, is onduidelijk.
Roep om actie
De waterschappen en de provincie Zuid-Holland voelen er niets voor om in de tussentijd de zaken op hun beloop te laten. Gezien de snelle toename van het aantal rivierkreeften vinden ze dat onverantwoord en hun roep om actie wordt steeds luider.
De hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard stuurden in respectievelijk februari en maart van dit jaar brieven naar het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) met de dringende oproep om met spoed te beginnen met het massaal wegvangen van de invasieve exoten. Ook vragen zij het ministerie de kosten te vergoeden die de waterschappen moeten maken voor herstel van de door de rivierkreeften veroorzaakte schade aan de ecologische waterkwaliteit en de waterkeringen.
Provinciale Staten van Zuid-Holland sloten zich begin april bij deze oproep aan met de vrijwel unaniem aangenomen motie ‘Brandbrief Amerikaanse rivierkreeft 2025’. In deze motie vroegen de statenleden aan verantwoordelijk staatssecretaris Jean Rummenie (BBB) om haast te maken met de bestrijding van Amerikaanse rivierkreeften, om te voorkomen dat ‘zij zich komend halfjaar opnieuw explosief vermenigvuldigen’. De staatssecretaris werd ook verzocht om ‘via de Voorjaarsnota budget beschikbaar te stellen om de problematiek van de Amerikaanse rivierkreeft effectief, integraal en langdurig het hoofd te kunnen bieden’.
Weinig hoopgevend
Half april kwam het antwoord op de noodkreet van de waterschappen. En dat was niet wat ze gehoopt hadden. Staatssecretaris Rummenie ontkent dat zijn ministerie als enige verantwoordelijk is voor de aanpak van het rivierkreeftenprobleem. Hij laat weten dat het ministerie alleen bereid is maatregelen tegen de uitheemse rivierkreeften te nemen in beschermde natuurgebieden. ‘Dit betekent dat mijn inzet zich niet richt op regionale wateren en de uitheemse rivierkreeften die daarin voorkomen’, zo schrijft hij. Hij is er ook duidelijk over dat de waterschappen geen compensatie krijgen voor extra kosten die ze moeten maken door de rivierkreeftenplaag.
Aan de provincie antwoordde de staatssecretaris op 20 mei dat het onderzoek naar de effectiviteit van mogelijke maatregelen tegen de uitheemse rivierkreeften nog loopt, dat hij prioriteit wil geven aan maatregelen die bijdragen aan de biodiversiteitsdoelstelling en dat hij onderzoekt hoe de beschikbare middelen het best ingezet kunnen worden.
Een reactie die weinig vertrouwen geeft in een snelle en daadkrachtige aanpak.
Handhaving
Het laatste nieuws in deze is dat het hoogheemraadschap van Delfland nu juridische middelen in de strijd gooit. In een brief aan de staatssecretaris van 2 juni wijst het waterschap erop dat het ministerie van LVVN op grond van de Europese Exotenverordening toch echt verplicht is tot bestrijding van de rivierkreeften en herstel van door de invasieve exoten aangericht schade. Om doeltreffende maatregelen af te dwingen, doet Delfland een formeel verzoek om handhaving.
In de volgende aflevering kijken we naar de toekomst. Wat kan en moet er gebeuren om de aantallen Amerikaanse rivierkreeften in onze regio beheersbaar te krijgen.
Pilots in de polders
De afgelopen jaren is door waterschappen en provincies stevig ingezet op onderzoeksprojecten waarbij gekeken wordt wat de beste aanpak van de rivierkreeftenplaag is. Onderzoeksbureau Wijzer heeft becijferd dat sinds 2019 in totaal zo’n 5 miljoen euro uitgegeven is aan pilots, waarvan ruim de helft is bekostigd door de waterschappen.
Zo startte het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard in 2021 een meerjarige pilot in de polder Berkenwoude waarbij de rivierkreeften massaal werden weggevangen. Dat bleek effect te hebben; de waterplanten begonnen in 2023 terug te keren. Bij gebrek aan actie vanuit de rijksoverheid besloot de provincie Zuid-Holland vorig jaar zomer 200.000 euro uit te trekken om de pilot te verlengen. Want, zo is de verwachting, als je stopt met wegvangen, komt het probleem razendsnel terug.
Ook zijn in enkele waterschappen proeven gedaan met innovatieve vangtuigen die effectief rivierkreeften vangen maar ander waterleven ongemoeid laten. Dat heeft veelbelovende resultaten opgeleverd.
Cronesteyn
Het hoogheemraadschap van Rijnland, waar onze regio onder valt, is niet achtergebleven en startte in september 2022 in samenwerking met de gemeente Leiden een pilot in polderpark Cronesteyn. Daarbij werd een andere insteek gekozen dan wegvangen. “Wij wilden onderzoeken of het robuuster maken van het ecosysteem invloed zou hebben op het aantal rivierkreeften”, vertelt oud-hoogheemraad Waldo von Faber, die het project geïnitieerd heeft. “De gemeente wilde toch aan de slag in Cronesteyn dus konden we werk met werk combineren.” Na een nulmeting zijn op een aantal plekken de steile oevers in het park afgegraven en vervolgens natuurvriendelijk ingericht. Het idee was dat de rivierkreeften minder goed holen zouden kunnen graven in de glooiende oevers en dat hun natuurlijke vijanden zich er beter thuis zouden voelen en dus meer kreeften zouden opeten. De voorlopige resultaten zijn positief: in 2024 bleek dat het aantal rivierkreeften bij de natuurvriendelijke oevers zes- tot zevenmaal minder was dan bij de steile oevers.
De pilots die tot nu toe gedaan zijn, geven aan dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om het aantal uitheemse rivierkreeften terug te dringen. Al kost dat veel geld en moeite.
![]()
Op een aantal plekken in polderpark Cronesteyn zijn steile oevers meer glooiend gemaakt en natuurvriendelijk ingericht. | Foto: Yannick Janssen, ATKB
Rivierkreeftenplaag geen prioriteit voor gemeenten
Het rivierkreeftenprobleem staat niet hoog op de prioriteitenlijst van de gemeenten in de Leidse regio, zo blijkt uit een rondgang. Dat is wellicht begrijpelijk: de schade speelt zich grotendeels onder de waterspiegel af, er zijn tot nu toe weinig klachten van inwoners, en de verantwoordelijkheid voor bestrijding ligt bij de rijksoverheid, niet bij de gemeenten.
De gemeente Oegstgeest laat weten de afgelopen jaren ‘geen hinder of schade te hebben ondervonden aan biodiversiteit en infrastructuur’ door de rode Amerikaanse rivierkreeft. Er is dan ook geen specifiek beleid om de dieren te bestrijden. Voorschoten meldt ongeveer hetzelfde: er zijn geen meldingen of signalen van inwoners ontvangen en de gemeente ziet geen reden om actie te ondernemen.
Ook in Leiderdorp zijn er nauwelijks meldingen van overlast, maar de gemeente is zich wel bewust van de aanwezigheid van de plaagdieren. “In de Munnikkenpolder ervaren organisaties een afname van waterplanten. Men vermoedt dat de Amerikaanse rivierkreeft hier de oorzaak van is,” aldus een gemeentewoordvoerder.
In Zoeterwoude wordt in de bebouwde kom weinig overlast ervaren, maar in het buitengebied wel. “Het gaat dan vooral om steile oevers langs polderwegen. De beestjes graven gaten in de oevers. Daardoor ontstaan verzakkingen in de berm die kunnen zorgen voor instabiele en gevaarlijke situaties. Ook krijgen wij soms van boeren meldingen hierover.” Maar de gemeente gaat niet zelf aan de slag met bestrijding. “Een landelijke taakgroep doet onderzoek om tot een goede beheeraanpak te komen. Deze ontwikkelingen wachten wij af”, zo meldt een woordvoerder.
In Leiden klinkt er vaker bezorgdheid vanuit bewoners en raadsleden over de negatieve impact van rivierkreeften op waterkwaliteit, oevers en walkanten. Een specifiek bestrijdingsbeleid ontbreekt echter ook hier. Wel is Leiden partner in het hierboven genoemde onderzoek van het Hoogheemraadschap van Rijnland in park Cronesteyn, naar de invloed van natuurvriendelijke oevers op het aantal rivierkreeften.
Leiden, Leiderdorp en Zoeterwoude geven aan dat ze bij vervanging van oevers zoveel mogelijk kiezen voor natuurvriendelijke oevers. Dat is beter voor het ecosysteem én, zo blijkt uit onderzoek, rivierkreeften houden er niet van.
Tekst: Corrie van der Laan en Willemien Timmers
Deze serie wordt mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Leids Mediafonds




















