De rode Amerikaanse rivierkreeft.
De rode Amerikaanse rivierkreeft. Foto: Jelger Herder

Maak kennis met de rode Amerikaanse rivierkreeft

Algemeen

EEN ONGEWENSTE GAST

Steeds vaker lees je in de media over de negatieve effecten van rode Amerikaanse rivierkreeften op biodiversiteit en waterkwaliteit. Deze zoetwaterkreeften horen niet thuis in Nederland, maar zijn de afgelopen jaren aan een ware opmars bezig. Ze vermenigvuldigen zich razendsnel, vreten hele sloten kaal en woelen de bodem om, waardoor het water troebel wordt. Bovendien graven ze gangen in oevers die daardoor instabiel kunnen worden en dijken kunnen beschadigen. Hoe staat het met de bestrijding van deze ongewenste nieuwkomer? Wie is eigenlijk verantwoordelijk voor de strijd tegen de kreeften, en hoe zou je dat aan moeten pakken? In een serie van drie artikelen proberen we deze vragen te beantwoorden. In deze eerste aflevering leggen we uit hoe de rode Amerikaanse rivierkreeft in Nederland is beland en welke problemen deze invasieve exoot veroorzaakt.

Het zijn allang geen zeldzame ontmoetingen meer in Leiden en omstreken. Je loopt langs het water en ineens staat er een kreeft op het pad. Zo groot als een hand, felrood, met flinke scharen waarmee hij dreigend zwaait. Een spectaculair gezicht, en veel mensen grijpen dan ook naar hun telefoon voor een foto. Maar in feite is het slecht nieuws: het betekent dat de rode Amerikaanse rivierkreeft (te) overvloedig aanwezig is in de wateren van onze regio.

Aan het eind van de vorige eeuw waren deze kreeftjes nog zeldzaam in Nederland. In de afgelopen twintig jaar zijn hun aantallen echter explosief toegenomen. Onderzoek van Bram Koese (onderwaterbioloog bij Naturalis) laat zien dat het aantal plekken waar de kreeftjes voorkomt, sinds 2005 is vertienvoudigd (zie figuur hieronder). Bovendien breiden ze zich steeds verder uit. Ze voelen zich vooral thuis in veenweidegebied, zoals in de Leidse regio.


Het aantal 5 x 5 kilometerhokken waar de rode Amerikaanse rivierkreeft gespot is, vertienvoudigde tussen 2005 en 2020 (van 26 naar 276). | Bron: De Levende Natuur, Jaargang 122, nr 4. artikel ‘Even voorstellen: de rivierkreeften in Nederland’ door Bram Koese

Succesfactoren

Hun ‘succes’ heeft verschillende oorzaken. Rode Amerikaanse rivierkreeften planten zich razendsnel voort: een vrouwtje kan tot zeshonderd nakomelingen per jaar krijgen. Ze draagt haar bevruchte eitjes onder haar staart en verstopt zich tot ze uitkomen. Daarna blijven de jonge kreeften zich nog een tijd verschuilen onder haar staart, totdat ze het formaat van pissebedden hebben. Dat geeft de jonge kreeftjes een uitstekende overlevingskans. 


 Eitjes onder de buik van een rode Amerikaanse rivierkreeft. | Foto: Bram Koese

Daar komt bij dat de Amerikaanse rivierkreeften vooralsnog weinig te duchten hebben van natuurlijke vijanden. In theorie zouden ze prima prooien zijn voor vogels als meeuwen, futen en reigers en vissen als de snoek, paling en zeelt, maar in de praktijk hebben deze potentiële predatoren de nodige moeite met deze voedselbron; de kreeften zitten vaak verstopt in hun gangen en de grotere exemplaren zijn alleen makkelijk eetbaar als ze nog zacht zijn, na een vervelling. Zo kunnen de populaties redelijk ongestoord doorgroeien. 

Omdat vrijwel al het Nederlandse oppervlaktewater met elkaar verbonden is, breiden ze hun leefgebied makkelijk uit. En als het niet lukt via het water, kruipen ze gewoon over land naar de volgende sloot.

De eerste kreeften

Hoe kwamen deze rivierkreeften, die oorspronkelijk thuishoren in het zuiden van de Verenigde Staten, in de lage landen terecht? Volgens Koese zijn daar verschillende theorieën over. De eerste rode Amerikaanse rivierkreeften in Nederland werden in 1985 gespot in Den Haag. Die worden gelinkt aan een partij kreeften die uit Kenia waren geïmporteerd en zijn losgelaten door een restauranthouder. Maar deze dieren zijn waarschijnlijk niet de oerouders van de Nederlandse populatie. “Zeker is dat de soort begin jaren zeventig in Spanje succesvol werd uitgezet voor de kreeftenvisserij (zie kader). Via de consumptiehandel kwamen ze vervolgens naar ons land waarbij het ongetwijfeld herhaaldelijk gebeurde dat een aantal kreeften, bewust of per ongeluk, is uitgezet in de natuur. Aanvankelijk werd gedacht dat ze onze koudere streken niet zouden overleven, maar inmiddels weten we beter.”

Ecologische ramp

In het eerste decennium van deze eeuw begon ongerustheid te ontstaan over de snel groeiende populaties Amerikaanse rivierkreeften in Nederland. Het werd steeds duidelijker dat de dieren een ecologische ramp veroorzaken op plekken waar ze in overvloed aanwezig zijn. Met name in plassen en sloten waar flora en fauna het toch al moeilijk hebben, kunnen kreeftenpopulaties funest zijn. Dat komt voor een belangrijk deel door hun eetgedrag. Ze eten vrijwel alle water- en oeverplanten en doordat ze de smakelijkste stukjes eruit knippen, vernielen ze veel meer dan ze daadwerkelijk verorberen. Minder waterplanten betekent minder schuilplaatsen voor vissen, amfibieën en insecten. Ook staan visseneitjes, kikkervisjes, insectenlarven, mosselen en slakken op het menu van de rivierkreeften.

Zoals de Leidse stadssnorkelaar Aaf Verkade het uitdrukt: “Een reeds verlieslijdend ecosysteem verandert door kreeftenvraat razendsnel in een levenloze onderwaterwoestijn. En de hongerige en vaak zwangere kreeften trippelen daarna simpelweg naar de volgende sloot.”

In het dit voorjaar verschenen nummer van Blad, het tijdschrift van het Zuid-Hollands Landschap, schetst Ivo Roessink (onderzoeker bij Wageningen Environmental Research) het scenario als volgt: “Het risico is dat je eindigt met een kale bak met een groene algensoep en een paar robuuste beesten als brasems, karpers en muggenlarven. Als de waterplanten op zijn, eten de kreeften organisch materiaal van de bodem, en als dat op is, eten ze elkaar.”

Waterkwaliteit onder druk

Doordat de waterplanten verdwijnen, gaat ook de waterkwaliteit achteruit. Oppervlaktewater blijft helder doordat waterplanten meststoffen en CO2 opnemen. Zonder planten vertroebelt het water en krijgen algen vrij spel. Wat de situatie nog ernstiger maakt is dat rivierkreeften in de oevers graven en de bodem omwoelen. Daardoor wordt het water nog troebeler, wat herstel van de plantenpopulatie verhindert.  

“We zien al enige tijd dat de waterkwaliteit duidelijk wordt aangetast door rivierkreeften”, zegt Otto Cox, eigenaar van een adviesbureau dat zich richt op water-gerelateerde vraagstukken. Dat terwijl Nederland juist haast moet maken met verbetering van de waterkwaliteit. In 2027 moet ook ons land voldoen aan de Europese KaderRichtlijn Water (KRW), die strenge eisen stelt aan (chemisch) schoon en ecologisch gezond oppervlakte- en grondwater.
“Lukt dat niet, dan kunnen er Europese boetes volgen,” waarschuwt Cox. “In de race tegen de klok om de KRW-normen te halen, werken rivierkreeften bepaald niet mee.”

Gaten in de oevers

Het graafgedrag van rode Amerikaanse rivierkreeften heeft nog meer gevolgen. Ze houden van steile walkanten die ze zijdelings of van bovenaf doorgraven voor een veilig plekje. Zo maken ze ‘gatenkaas’ van walkanten, die hierdoor mogelijk verzwakken en kunnen instorten. Daarnaast zorgt dit voor extra baggeraanwas en extra toestroom van voedingsstoffen in het water.


Een overmaat aan rode Amerikaanse rivierkreeften zorgt ervoor dat oevers veranderen in kale, levenloze gatenkazen. | Foto: Yannick Janssen, ATKB

Ook dijken, stuwen en andere waterscheidingen zijn kwetsbaar. Door de gangen die de kreeften graven stroomt water van de ene naar de andere kant. Zo werden eind 2022 in Sluis (Zeeland) bij werkzaamheden aan een lekkende dijk honderden Amerikaanse rivierkreeften aangetroffen. Voor provinciebestuurder Harry van der Maas was de conclusie duidelijk: “We denken dat we de boosdoener te pakken hebben,” zei hij tegen Omroep Zeeland. Het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard meldde in december vorig jaar op haar website dat er drie tot vijf keer per week meldingen komen van door rivierkreeften veroorzaakte lekkages. “Dat heeft effect op de waterstand en maakt ons peilbeheer moeilijker.”

Europese regels

De Europese Unie hanteert een lijst van ‘zorgwekkende invasieve uitheemse soorten’, de zogeheten Unielijst. Hierop staan zo’n negentig soorten die, per ongeluk of bewust, door de mens de EU zijn binnengebracht en een bedreiging vormen voor de biodiversiteit en ecosystemen. Landen zijn verplicht maatregelen te nemen om deze invasieve exoten in bedwang te houden. De rode Amerikaanse rivierkreeft staat sinds 2016 op deze lijst. Toch blijft grootschalige bestrijding vooralsnog uit.
Hoe dat kan, en waarom bestrijding zo ingewikkeld is, bespreken we in de volgende aflevering van deze serie, die verschijnt in de krant van volgende week.


De route naar Nederland

De rode Amerikaanse rivierkreeft is verreweg de meest overlastgevende, maar zeker niet de enige exotische zoetwaterkreeft in Nederland. In totaal hebben zich er zo’n zeven uitheemse soorten zich gevestigd, waarvan zes uit de Verenigde Staten.

Naast de rode Amerikaanse rivierkreeft komen de gevlekte en de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft het meeste voor. Alle drie staan ze op de Europese Unielijst van zorgwekkende invasieve exoten.

De exotische rivierkreeften zijn op verschillende manieren in Nederland beland. Een deel is elders in Europa uitgezet voor de commerciële kreeftenvisserij en heeft zelf zijn weg naar ons land gevonden, een ander deel is rechtstreeks geïmporteerd voor consumptie of voor de aquariumhandel en is ontsnapt of gedumpt.

Volgens rivierkreeft-expert Bram Koese was de eerste import van Amerikaanse rivierkreeften al zo’n 135 jaar geleden, na de uitbraak van de kreeftenpest die de inheemse Europese rivierkreeft zwaar trof. Daar werd destijds veel op gevist. Alleen al in Parijs werden rond 1860 meer dan vijf miljoen rivierkreeften per jaar gegeten. Op zoek naar een vervanger werd de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft in 1890 als proef uitgezet in Polen (toen Pruissen). Maar deze soort bleek geen volwaardig alternatief voor de Europese rivierkreeft. De dieren blijven relatief klein en zijn lastig te vangen. In 1897 volgde de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft die in eerste instantie werd uitgezet in Frankrijk. Ook dit werkte niet zoals gehoopt. De Californische rivierkreeft, die in 1959 werd geïmporteerd in Zweden, was een betere greep; de exoot deed en doet het daar uitstekend. 

Tot slot werd de rode Amerikaanse rivierkreeft in 1972 in Spanje uitgezet en dat werd daar al snel een commercieel succes. Deze en de andere uitheemse rivierkreeften hebben zich sindsdien via verschillende routes over Europa verspreid, en zijn uiteindelijk ook in Nederland terecht gekomen.


Tekst: Corrie van der Laan en Willemien Timmers. Deze serie wordt mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Leids Mediafonds


Het aantal 5 x 5 kilometerhokken waar de rode Amerikaanse rivierkreeft gespot is, vertienvoudigde tussen 2005 en 2020 (van 26 naar 276).
Eitjes onder de buik van een rode Amerikaanse rivierkreeft. | Foto: Bram Koese
Afbeelding

Uit de krant