
Land van Ons: Pachtersportret; Sander Roeleveld
AlgemeenBurgercoöperatie Land van Ons koopt landbouwgrond om samen met boeren en telers de biodiversiteit en het landschap te herstellen. Iedere maand schrijft het communicatieteam van het perceel van Land van Ons in Oud Ade, op een steenworp afstand van Leiderdorp, over de ontwikkelingen aldaar. Meer informatie is te vinden op de website www.landvanons.nl.
Behoedzaam baant Sander Roeleveld zich een weg door de tot op heuphoogte opgeschoten margrieten. Wie mee wil, moet secuur in zijn voetstappen volgen, want hij probeert het gewas zo min mogelijk aan te tasten. Toch is dit geen margrietenveld: wie twee keer kijkt, ziet op regelmatige afstand van elkaar jonge perenbomen opschieten.
Sanders doelwit is een half overwoekerd perenboompje midden in het veld. Zorgvuldig kapt hij een deel van de begroeiing eromheen weg: “Deze had even wat lucht nodig.”
“Dit is de tweede keer dat ik hier sta in een half jaar tijd”, vertelt hij. Dat tekent zijn opvatting over hoe het terrein beheerd moet worden, namelijk zo min mogelijk. “Soms denk ik weleens dat ik nog wel wat meer geduld moet hebben.” Hij legt het plan erachter uit. “Het idee is dat alles elkaar een beetje steunt.” Door het veld zo divers te laten, houdt de bodem meer vocht vast. En de afstervende planten in het najaar zijn voedsel voor de bomen. Die plantenresten ruimt hij dan ook zeker niet op.
Zo gaat alles anders dan gebruikelijk, op het terrein dat hij als pachter beheert in de Vrouwe Vennepolder bij Oud Ade. In de natste lente sinds mensenheugenis zet Sander juist de sproeier aan. Een deel van het land is namelijk gereserveerd voor veenbessen. Die gedijen goed tussen veenmos, dat hij uit Nieuwkoop heeft laten komen. Of beter gezegd, terugkeren, want deze grond was altijd een veenpolder. Het mos kan enorme hoeveelheden water vasthouden en helpt de veenbessen om te groeien. En als het een paar dagen niet heeft geregend, kan er nog wel wat water bij uit de sloot ernaast.
Sander groeide op in de natuur, in een dorp in Brabant, maar hij kwam op dit werk via een omweg. Jarenlang was hij cameraman, maar dat had hij op gegeven moment wel gehad. Hij ging vrijwilligerswerk doen bij een boswachter in Zuid-Holland en raakte geïnteresseerd in veengebied. In Pijnacker probeerde hij al een project van de grond te krijgen, maar dat liep stuk op de omgevingsvergunning. In deze polder van coöperatie Land van Ons greep hij zijn kans.
“Ik heb in mijn jeugd de biodiversiteit zien verdwijnen,” legt Sander uit. “Nu probeer ik die een beetje terug te brengen. En veen is een interessant experiment. Als we hier iets kunnen veranderen, dan kan het op veel meer plekken. Want die veengronden lopen door tot in Rusland.”
In de uitgestrekte polder zie je het herstel van de diversiteit voor je ogen gebeuren. Her en der heeft Sander op de ruggen bloemen gezaaid die overal weelderig opschieten. Hij plukt er de korenbloemen tussenuit, die worden voor thee gebruikt. En zo heeft alles zijn eigen plek en bestemming.
Maar om zo’n biodivers terrein ook uit te baten is veel inventiviteit nodig, merkt hij. Je moet van alles wat doen. Veenbessen en korenbloemen dus, maar nog talloze andere planten. Daarnaast heeft hij een stichting, De Buffelbes, waar je vriend kunt worden en door Sander een eigen struik of boom kunt laten neerzetten. Geregeld heeft hij ook een kok uit de omgeving op zijn veld die inspiratie op komt doen voor nieuwe ingrediënten. En hij beheert grond voor wetenschappelijke experimenten in biodiversiteit van de universiteiten van Leiden en Wageningen. Het is een enorme portfolio, maar dat bevalt hem prima. “Ik vind dat alleen maar leuk. Je moet slim gebruik maken van de mogelijkheden, want je kunt zoveel meer met planten.”
Foto’s: Marijke Couwenbergh.




















