
Watwasdát?!!!
AlgemeenZo’n vijftien jaar geleden wandelen we in een natuurgebied langs een waterplas met riet en af en toe een dichte struik als er uit zo’n struik vlak naast ons opeens enkele keiharde geluiden opklinken: ‘tsjètetetsjèt!! tsjètetetsjèt!! tsjètetetsjèt!’. We reageren geschrokken: ‘watwasdát?!’. Even plotseling als het geluid begon, is het weer stil. De luidruchtige zanger houdt zich verborgen.
De explosieve klanken blijven in mijn oren geknoopt. Na de onbekende zanger nog enkele malen ook in andere dergelijke gebieden te hebben gehoord, zoek ik jaren later het zanggeluid op van een nieuwkomer in onze streken, waarover ik gelezen heb: de cetti’s zanger (Cettia cetti). En jawel, op de site van Vogelbescherming Nederland klinken de klanken die ik nooit heb kunnen vergeten!
Dit vogeltje, even groot als een huismus, is in de 19e eeuw vernoemd naar de Italiaanse priester en natuuronderzoeker Francesco Cetti (spreek uit: tsjèttie), die in de 18e eeuw een boek publiceerde over de vogels van Sardinië. Hierin noemt hij ons zangertje usignuolo di fiume (riviernachtegaal). Wetende dat zijn naam dus op zijn Italiaans moet worden uitgesproken als ‘tsjètties’, zou je bijna denken dat het vogeltje min of meer zijn eigen naam roept en om die reden heet zoals hij heet. Toeval dus, maar wel een leuk ezelsbruggetje.
Cetti’s zangers komen voor in delen van Centraal-Azië, Zuidwest- en Zuid-Europa, Noordwest-Afrika, Turkije, Jordanië en Kirgizië. Hun areaal breidt zich inmiddels gestaag uit naar noordelijker streken, omdat hier, door de klimaatopwarming, de winters nu zachter zijn. Aan ver weg trekken, om de hier in een koude winter ontbrekende insecten in het warmere zuiden te zoeken, doen deze standvogels niet. Voor hen is het: hier te lande dapper standhouden, dan maar levend van bessen en mogelijk zaden, óf sterven. In 1968 werd voor het eerst een exemplaar in Nederland ontdekt, gevolgd door een eerste zeker broedgeval in 1973. Sindsdien heeft de soort zich met vallen (door enkele strengere winters) en opstaan uitgebreid tot een aantal van 5300-6300 broedparen in 2023. Kerngebieden zijn de Biesbosch, het Deltagebied en de Oostvaardersplassen. Maar de noordwaartse uitbreiding zet door! Ook op de Waddeneilanden zijn ze inmiddels waargenomen.
Ze leiden een verborgen leven, altijd in dichte begroeiing naast water. Veel mannen houden er meerdere vrouwen op na. Verreweg het meeste werk aan nestbouw, broeden en voeden van de jongen wordt gedaan door de vrouw. De man verdedigt een groot territorium, waar hij op meerdere verschillende plaatsen zingt. Er zijn meestal twee broedsels per seizoen.
Inmiddels zijn er broedende cetti’s zangers in de Munnikenpolder en heb ik ook een exemplaar gehoord bij de Zijllaanmolen. Dus gaat dat horen! Ook in herfst en winter!

















