Links: Bloeiende boerenkrokussen zijn net sterretjes. Rechts: In de schaduw blijft de bloem gesloten.
Links: Bloeiende boerenkrokussen zijn net sterretjes. Rechts: In de schaduw blijft de bloem gesloten. Ton Gordijn

Leiderdorp Natuurlijk: In de zon zie je paarse sterretjes

Algemeen

In februari fiets je weleens in grauw weer langs grauwe grasvelden om boodschappen te doen. Maar … op de terugweg schijnt soms de zon. Geluksmomentje: sommige grasveldjes staan opeens vol met paarse sterretjes. Hoera, de boerenkrokus is er weer!

Hij is niet echt weggeweest, maar de bloemen wel. In de winter, na het sneeuwklokje, start de boerenkrokus met zijn bloei. De bloem ziet er teer uit, een dunne lichtgekleurde bloembuis, met een lila tot paarse bloemkroon, uitgespreid als een sterretje. Zonder zon blijft de bloem dicht en zie je een potloodvormig zuiltje. Als je hem al ziet, want ze zijn dan onopvallend.

Met honderden tegelijk

Meestal zie je ze met honderden tegelijk. Bij voorbeeld in grasvelden in en rond de Houtkamp en aan het einde van de Ockenrode.
Ook in mijn tuin groeien ze. Zo’n 20 jaar geleden heb ik op een paar plekken enkele knolletjes geplant. De planten zijn gaan “wandelen” en ze zijn nu met honderden, verspreid over het hele grasveld. Ik zie ze ook tussen de stoeptegels en buiten de tuin.
Andere soorten krokussen blijven staan op hun plekje en verspreiden zich niet.

Mieren zijn krokuszaaiers

Waarom zie je altijd veel bonte krokussen tegelijk? Waarom staan ze soms op rare plekken, zoals tussen tegels?
Dat is de “schuld” van mieren. Boerenkrokussen houden zich prima in stand met hun knollen, maar verspreiden zich vooral met hun zaden. Die zaden hebben een aanhangsel, het “mierenbroodje”, een voor mieren onweerstaanbaar stukje eten. De zaden nemen ze mee richting nest, vaak tussen tegels, ze kauwen het mierenbroodje eraf en laten het zaad liggen. Mieren zijn dus krokuszaaiers.

De vrucht verschijnt in de zomer boven de grond. Ook de heel smalle bladeren groeien pas uit na de bloei. Krokusbladeren moet je pas als ze verdord zijn, in mei/juni, maaien. Anders heb je volgend jaar geen bloemen. En laat de knollen lekker staan, ze verwilderen gemakkelijk.
Elk gazon, mits niet te donker, is geschikt voor krokussen. Plant biologische bollen, want de eerste hommels, bijen en vlinders van het jaar snoepen graag van de nectar en het stuifmeel.

What’s in a name

Waarom heet de boerenkrokus zo? Als in een plantennaam “boeren” voorkomt betekent dat vaak dat het om een algemene of grove plant gaat (b.v. boerenkool). Grof is de boerenkrokus niet, sierlijk wel. De Duitse naam is beter: elfenkrokus.
De boerenkrokus is niet inheems. Hij werd rond 1850 voor het eerst vanuit de Balkan aangeplant.

Een iets later bloeiende krokus is de bonte krokus. Diens bloemen zien er niet uit als sterretjes, meer als vaasjes met een paarsgekleurde bloembuis. De grootbloemige krokussen in onze tuinen zijn vaak afgeleid van deze soort. De Hollandse gele krokus is afgeleid van weer een andere soort krokus, is een kruising en steriel. Dus geen gele krokussen tussen de stoeptegels. Hollandse netheid boven alles.

Tekst en foto’s: Ton Gordijn

Uit de krant