
De Waterschapsheuvel is een bijenburcht rijker
Onder de bezielende leiding van beheerder Jasper Klapwijk van de Heemtuin en Katja Jordanova van het MEC hebben vrijwilligers op een zonnige ochtend in maart de eerste aanzet gegeven tot het bouwen van een reusachtige bijenburcht van leem in de Waterschapsheuvel.
Al scheppend met leem, borend in boomstronken, sjouwen met stenen en bloemzaden strooiend, is er flink gebuffeld in de zon onder een strakblauwe hemel. We zijn trots op het resultaat.
U wordt uitgenodigd om in de Waterschapsheuvel ons werk te bekijken, nog leuker als u naar de feestelijke opening op 28 mei om 13.00 uur komt. De burcht zal dan officieel ingewijd worden door onze voormalige burgemeester, mevrouw Driessen, tevens voorzitter van het initiatief Groene Cirkels Bijenlandschap. Na dit ritueel wordt u uitgenodigd mee te wandelen door de tuin en zal er verteld worden over de wilde bijen.
Een bijenburcht is een heuvel van leem door mensen gemaakt op een zonnige plek; een uitnodiging voor wilde bijen om daarin hun nest te maken. In een meer natuurlijke omgeving zoeken wilde bijen zelf naar zonnige, zandige greppelrandjes of leemheuveltjes, maar in onze stadsnatuur is dit nauwelijks voorhanden, vandaar dit initiatief.
Leem wordt al eeuwen gebruikt als natuurlijk bouwmateriaal voor o.a. huizen, bestaande uit een mengsel van zand, silt (iets grover kleideeltjes) en nog grovere klei. Zanddeeltjes zorgen voor waterafvoer, klei is nodig voor de samenhang van de korrels en silt vult de ruimtes tussen de deeltjes, waardoor het materiaal goed kneedbaar is. Leem is bij droging zowel stevig als bewerkbaar. In de zomer blijft het enigszins koel en in de winter houdt het warmte vast, ideaal om nesten in te maken en biedt door zijn stevigheid bescherming tegen rovers. Behalve bijen hebben ook zwaluwen en andere dieren dit ontdekt.
Het zijn voornamelijk solitaire bijen die dit soort nestelplekken benutten. Deze ‘vrije' jongens zorgen in hun eentje voor nesten en nakomelingen. Sommige maken gebruik van bijenhotels, maar de meesten nestelen in de grond. Honingbijen, de enige soort die de meeste mensen kennen, waren ooit ook ‘wild'. Maar al duizenden jaren geleden heeft de mens geleerd ze ‘te temmen' (domesticeren) door het aanbieden van nestgelegenheid, waardoor honing geoogst kon worden zonder de nesten te vernielen. Ook werden bijen geselecteerd op agressiviteit, hun kasten schoongehouden en naar bloemrijke plaatsen (eten) gebracht; dit alles in ruil voor hun producten; honing, was en de bestuiving van planten.
Een paar soorten wilde bijen leven wel gezamenlijk met elkaar in een kolonie, waarbij de taakverdeling strak is geregeld, zoals een hommelkolonie bijvoorbeeld.
PS. De Waterschapsheuvel bevindt zich tegenover de ingang van de Heemtuin, dichtbij de Engelendaal.