
Van het pad af
Graag stel ik mij even aan u voor; Mijn naam is Pietertje Pad en ik woon tussen lage struikjes in een lekker dikke strooisellaag van veel oud blad.
Hier heb ik me gedurende de hele winter terug getrokken in een winterslaap. Omdat ik een koudbloedig dier ben heb ik warmte nodig om te bewegen. Omdat die warmte in de wintermaanden ontbreekt daalt mijn hartslag en ademhalingsfrequentie en ga ik lang slapen zonder last te hebben van de kou.
Het is inmiddels eind februari en heel langzaam begin ik te ontwaken. Het is lekker vochtig en de zon schijnt af en toe zodat de temperatuur wat stijgt. Ik krijg gewoon kriebels in mijn buik, het lijkt wel of ik zin krijg om naar het water te gaan waar ik ben geboren. Nog even wachten tot het donker wordt voor ik vertrek. Misschien kom ik dan wel een knappe vriendin tegen en kunnen we samen zorgen voor heel veel nieuwe kleine padjes… De mensen heb ik wel eens horen zeggen dat dat komt door allerlei hormonen die door mijn lijf gieren! Nou, dat zal mij worst wezen waar dat door komt, ik kan nog maar aan één ding denken en dat is GAAN!
Onderweg kom ik allerlei obstakels tegen. Met veel moeite klim en klauter ik over stenen, takken, bladhopen tot ik een andere pad in het vizier krijg. Als dat een vrouwtje is moet ik gelijk maar toeslaan. Hebben is hebben! Ik spring op haar rug en klem haar stevig onder de oksels vast met mijn speciale knobbels die ik op mijn voorpoten heb. De mensen noemen twee van die padden op elkaar geklemd een amplexus, maar dat terzijde. Dan begint mijn “vriendin” harde alarmkreten te slaken; oeps foutje, mijn vriendin is geen vrouwtje… Liefde maakt blijkbaar toch blind.
Amper bekomen van deze gebeurtenis kukel ik bijna in een put. Dat ging maar net goed. Gelukkig zijn er tegenwoordig vaak paddentrapjes door de mensen in de put gezet zodat je er nog wel uit kunt klimmen. Nu nader ik het fietspad dat ik over moet steken. Aangezien mijn tempo niet erg hoog ligt wordt dat een soort Russische roulette. Maar dan ineens zijn er lichten om mij heen en hoor ik mensen praten. Voorzichtig word ik opgetild en aan de andere kant van het fietspad in het gras neergezet. Even ben ik “van het pad af”, maar dan besef ik dat ik zojuist van een wisse dood ben gered. Ik was bijna een platte pad geweest!
Met dank aan de vele vrijwilligers die van half februari tot half april ’s avonds actief zijn om padden, kikkers en salamanders veilig te helpen oversteken. Ze zijn herkenbaar aan hun felgele hesjes en schuifelen in het donker met een zaklantaarn op de grond gericht over wegen en fietspaden en ze noemen zich De Paddenpatrouille.
Tekst: Ada van der Aar