Vijf van de zeven kleinzoons van M.C. Deegenaars v.l.n.r.: Jan, Mart, Wim, Ton en Bertus | Foto Arjaan Wit
Vijf van de zeven kleinzoons van M.C. Deegenaars v.l.n.r.: Jan, Mart, Wim, Ton en Bertus | Foto Arjaan Wit

HISTORIE VLAKBIJ HUIS

De bakkerskar                                 van M.C. Deegenaars

historie n De belangstelling voor “O ja, zo was Leiderdorp” over de middenstand 70 jaar geleden was zo groot, dat deze tentoonstelling in het Leiderdorps Museum is verlengd tot 19 januari 2025. Een publiekstrekker is de bakkerskar van M.C. Deegenaars. Deze kar was tijdens Open Monumentendag nog te zien in ons dorp, na een grondige opknapbeurt door Aad Vons en zijn collega’s van de voormalige brandweer. Kleinzoons van M.C. Deegenaars (1900 - 1975) herkenden de kar, natuurlijk. Tot hun verbazing staat op de voorkant Hoofdstraat 11. Maar de Brood-, Koek- en Banketbakkerij van opa Deegenaars stond toch op nr. 13, het huidige restaurant Indrapoera? Kijk maar op hun geboortekaartjes: de jongste vier van de zeven kleinzoons zijn geboren op nr. 13, nadat hun ouders Cornelis Antonie (Kees) en Alie Deegenaars – van der Plas in 1965 boven de bakkerswinkel waren komen wonen. Deze kwestie vormde de aanleiding om hun herinneringen te delen met Arjaan Wit van het Leiderdorps Museum.


Marinus Cornelis Deegenaars, zeg maar Rinus, was bekend om zijn “bultencakes”, heel smakelijke (mis)baksels met een opengebarsten bovenkant. Zijn machine voor speculaasjes “volgens geheim recept” staat ook in het museum tentoongesteld.

Opa verkocht naast bruin en wit ook dubbelgebakken brood. Dat was voor de tweede keer de oven in geweest, opgepiept, als het eerder niet vers over de toonbank was gegaan.


De bakkerij lag achter de winkel. Grond- en brandstoffen (kolen, cokes en houtzaagsel) werden aangevoerd door een steeg rechts langs het pand, inmiddels overdekt en bij het pand getrokken. In de bakkerij was het warm. “Deuren en ramen dicht!” riep opa streng, want versgebakken beschuiten en cakes zouden inzakken door koude tocht.


Opa hechtte aan zijn eigen gewoonten. Alleen hij, niet zijn zoon Kees, stookte de oven op, in de vroege ochtenduren. Dat hield hij vol, ook nadat hij in 1965 zijn woning boven de bakkerswinkel had verruild voor die van Kees, Alie en hun drie zoons aan de Eikenlaan. Kees kneedde deeg en bakte onder andere cakes zonder bulten.


Bakkerskar

Alie deed de winkel. ’s Middags ventte opa, in nette kleren, zijn waren uit met de fietsbakkerskar. Dat was zwaar trappen. Modernisering van apparaten vond hij niet nodig. Toen een daarvan eens gevaarlijk onder stroom stond, zei hij met zijn droge humor “Ga voortaan maar op een houten plankje staan”. 


Opa was zuinig, ook met woorden. Als hij verontwaardigd was zei hij dagenlang niets. Zo zal hij ook hebben gezwegen toen Kees in 1968 een gemotoriseerde bakkerskar kocht. In stilte zal opa wel gegniffeld hebben toen deze kar met veel te hoge snelheid tegen de poort van de steeg was gebotst. Stil bleef hij uiteindelijk jarenlang, van verdriet, nadat Kees in 1972 op 37-jarige leeftijd overleed, met achterlating van Alie en inmiddels zeven zoons.


In zijn laatste drie levensjaren bakte opa nog wel bruin, maar geen wit brood meer. Na diens overlijden in 1975 vervoerden zijn kleinzoons nog boodschappen, oude kranten, bloemen en huis-aan-huis folders met opa’s oude fietsbakkerskar.



Juiste adres?

En hoe zat het nu met die huisnummers? Peter Diebels, medebestuurslid van het Leiderdorps Museum, vond advertenties van de bakkerswinkel met als adres achtereenvolgens Dorpstraat 45 en 46a, Hoofdstraat 11 en 13. Hoe opa M.C. Deegenaars op deze gemeentelijke veranderingen van straatnaam en huisnummering reageerde, laat zich raden…

M.C. Deegenaars met kleinzoon Peter | Foto privécollectie
Speculaasmachine | Foto Arjaan Wit