Logo leiderdorpsweekblad.nl
Liggende vetmuur laat met alle liefde over zich lopen.
Liggende vetmuur laat met alle liefde over zich lopen. (Foto: Tineke Sommeling)
Leiderdorp Natuurlijk

Een echte bikkel

  Column

ZES ACTIEVE GIDSEN VAN NATUURORGANISATIE IVN VOLGEN HET PLANTEN- EN DIERENLEVEN IN LEIDERDORP. OM DE WEEK SCHRIJVEN ZIJ IN DEZE RUBRIEK OVER HUN BEVINDINGEN.

Stel je voor: je meet slechts één tot drie centimeter. Je bent een stoep- of tredplant en je hebt als groeiplek alleen de groeven tussen de stoeptegels tot je beschikking. En er landt regelmatig een zware schoenzool met daarboven een gemiddeld gewicht van tachtig kilo aan mens vol op je stengels en bloemetjes. En dat overlééf je allemaal! Ben je dan een bikkel of niet?

Waar vrijwel alle andere planten het vestigingsklimaat te bar vinden, ziet de liggende vetmuur (sagina procumbens) zijn kans schoon. Of het nu droog is of vochtig, zonnig of schaduwrijk, hun wortels in klei staan of in zand, de vetmuur voelt zich er thuis. Soms hebben ze gezelschap van andere tredplanten, zoals het madeliefje, ook zo’n plantje dat met alle liefde over zich laat lopen, al geeft die eerder zijn grenzen aan dan onze vetmuur.

Om deze ‘survival-specialist’ te zien hoef je niet eens ver van huis. Zet een voet buiten de deur, op de stoep of de straatklinkers en de kans is groot dat je er meteen al boven op staat. Kijk nu eens echt naar de groengekleurde groeven tussen de stoeptegels in plaats van ze zoals meestal over het hoofd te zien.


Nieuwe miniwereld

Als je even bukt, vallen waarschijnlijk al wat hele kleine details op die je beter wilt bekijken, met een vergrootglas bijvoorbeeld. Of op een flink uitvergrote foto op de computer. Dan gaat er een nieuwe miniwereld voor je open!

Je ziet draaddunne stengeltjes en blaadjes die je eigenlijk doen denken aan een vetplant en niet zozeer aan ‘mos’ of ‘gras’, de noemers die je tot nu toe gebruikte voor het door zijn kleine formaat en lage standplaats voor het menselijk oog weinig toegankelijke plantje. Tussen mei en september zie je in de oksels van de bovenste blaadjes de bloemknoppen, die op kleine tulpjes lijken, en de nietige, witte bloemetjes (5 millimeter groot), die uiteindelijk kleverige, matbruine, driehoekige zaadjes opleveren, 0,3 tot 0,4 millimeter groot. Een aardig weetje: het plantje behoort tot de anjerfamilie, al is zo op het oog enige gelijkenis met die sierbloem ver te zoeken.

Door hun kleverigheid blijven de zaadjes makkelijk plakken aan schoenzolen en wat zich al niet meer over het plaveisel voortbeweegt en we snappen meteen hoe het komt dat we vrijwel overal tussen het gesteente van onze wegen de liggende vetmuur aantreffen. Overigens vindt ook vermeerdering plaats doordat de liggende stengels wortelen. Zo treedt zodevorming op. En wanneer ijverige tuinlieden stukken van de plantjes wegsteken, is de kans groot dat elk afgestoken stukje uitgroeit tot een nieuw plantje.

Maar waarom zou je de plantjes kwijt willen? Doordat ze vocht vasthouden werken ze met zijn allen mee aan een beter klimaat in de straat en aan het voorkomen van wateroverlast tijdens hoosbuien. Dan ben je deze bikkels toch liever rijk dan kwijt?!

Door: Tineke Sommeling

Meer berichten