Markante Leiderdorper Jan-Albert Dop overleden
Logo leiderdorpsweekblad.nl
<p>Jan-Albert Dop ontving in juli 2020 zijn ridderorde.</p>

Jan-Albert Dop ontving in juli 2020 zijn ridderorde.

(Foto: J.P.Kranenburg)
In memoriam

Markante Leiderdorper Jan-Albert Dop overleden

Na een kort ziekbed is Jan-Albert Dop op 31 januari op 75-jarige leeftijd overleden. Hij was een betrokken Leiderdorper die op verschillende terreinen maatschappelijk actief was. 

Geboren op 2 april 1945 in Rotterdam en vrij spoedig daarna verhuisd naar Noord-Holland heeft hij zijn jeugd doorgebracht in Koedijk bij Alkmaar. Na een jaar universitaire studie in de VS is hij in Leiden Engelse Taal en Letterkunde gaan studeren. Daar is hij in 1981 ook in gepromoveerd.

In het begin van de jaren zeventig is Dop met zijn gezin in Leiderdorp komen wonen. In 1974 werd hij raadslid voor de VVD en vervolgens ook fractievoorzitter tot 1978. Hij was toen ook ambtenaar voor de Burgerlijke Stand. Hij heeft menig Leiderdorps huwelijk gesloten.

Na eerst een veelzijdige carrière in het bedrijfsleven (McKinsey, een eigen communicatiebureau en Heineken) is hij terechtgekomen in het internationaal particulier onderwijs. Eerst bij Webster University in Leiden, later bij Wittenborg University in Apeldoorn.

In Leiderdorp is hij na zijn raadslidmaatschap nog meerdere jaren actief geweest in het bestuur van de plaatselijke VVD en de laatste jaren was hij lid van de lokale afdeling van D66. Hij was ook een zeer actief lid van de Lions Leiderdorp en samen met zijn vrouw Myrna Dop als vrijwilliger actief bij het Leiderdorps Museum.

Tijdens het Klootschietfestijn was hij jaren een gewaardeerd scheidsrechter. Hij was vele malen deelnemer van het Leiderdorps Dictee en, niet verrassend vanuit zijn letterkundige achtergrond, scoorde hij daar steeds in de hoogste regionen.

Voor al zijn activiteiten is Dop in 2020 bevorderd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij wordt vrijdag na een bijeenkomst in de Leiderdorpse Dorpskerk begraven in het dorp van zijn jeugd, Koedijk.

Tekst: Liesbeth Buitink en Herbert Zilverentant

Meer berichten